Beweging AKAD

Schaduwbloeiers

(foto Pien van den Boorn)

Ze zijn vaak niet de meest in het oog springende bloeiers. Meestal staan ze in een donker en afgelegen hoekje van de tuin. Ze krijgen nauwelijks aandacht omdat ze daar ook niet om vragen. Ook al zijn ze vaak ondergewaardeerd, toch vormen ze een belangrijk onderdeel van de tuin. Het zijn vaak juist de schaduw-bloeiers die de tuin een bijzonder aanzien geven vanwege hun soms grotere bladvormen en de gedempte kleuren van haar bloemen. Zonder hun aanwezigheid zou het tuinontwerp niet af zijn.
 
Mensen die net even anders denken dan de grote massa vervullen dezelfde rol in onze maatschappij. Zij vormen de grote groep van “schaduwbloeiers”, mensen die het liefst stilletjes op de achtergrond hun werk doen. Het zijn ook niet bepaald de meest assertieve en initiatief nemende collega’s. Op bedrijfsfeestjes en bij het koffieapparaat zul je ze zelden het woord zien nemen. Ze doen hun werk in stilte en wat ze doen ze  goed. Ze genieten van het feit dat zij aan het geheel kunnen bijdragen op –of eigenlijk dankzij- hùn specifiek eigen manier van kijken en van denken. Zelden wordt er om hun mening gevraagd. Daarvoor werken ze te onopvallend. Het is juist bij deze, vaak ongeziene groep “schaduwbloeiers” waar bedrijven kansen laten liggen!
 
Geen enkele organisatie of afdeling kan optimaal functioneren zonder deze ‘schaduwbloeiers’. Door hun unieke manier van kijken en informatieverwerking zien zij de wereld namelijk niet in hokjes, losse procedures en onafhankelijk van elkaar functionerende deeltjes. Voor hen is de wereld één beweeglijk geheel waarbij elk onderdeel onlosmakelijk met alle andere in verbinding staat. Hiernaast zien, horen en lezen ze alles wat er voorbijkomt en combineren dit tot één geheel, waaraan voortdurend nieuwe informatie wordt toegevoegd zodra deze zich aandient. Zo weten zij -meer dan anderen- het totaalbeeld steeds up to date te houden, bij te stellen en te toetsten aan een voortdurend veranderende werkelijkheid.
 
Vraag hen op de man af wat er binnen de afdeling of het bedrijf beter zou kunnen en ze zullen meteen met een verbazingwekkend compleet en tot in de kleinste details
uitgewerkt plan komen dat al jaren in hun hoofd lag te wachten op juist die vraag. Voor ‘schaduwbloeiers’ zijn het juist de details die de wereld en hun kijk daarop bepalen. Details die in  de ogen van het management vaak onbelangrijk lijken. Voor ‘schaduwbloeiers’ zijn deze details juist cruciaal op de door hen uitgestippelde lijn naar de toekomst.
 
Anders dan veel collega’s hebben ze vaak ook het vermogen om met een enorme graad van zekerheid de gevolgen van een beslissing of koerswijziging accuraat te voorspellen. Dit doen zij door de film in hun hoofd versneld vooruit te spoelen en te kijken wat zich voor hun geestesoog voltrekt. Helaas is het juist dit bijzondere vermogen –naast dat waarmee zij de wereld om zich heen als een geheel bezien- wat hen vaak zo in de problemen brengt op het werk.

Voor ik dit fenomeen in mezelf ontdekte begreep ik niets van de reacties die ik kreeg als ik vertelde wat ik ‘zag’. Mijn bijdrage aan een discussie werd dan ook regelmatig weggehoond. Vaak werd mijn waarschuwing om een andere koers te varen afgedaan met ‘Je ziet beren op de weg!’, ‘Doe niet zo betweterig’ of nog erger. Pas nu kan ik ook mijn collega’s begrijpen die de wereld op een zo geheel andere manier bekijken en beleven.
 
Het grootste verschil tussen mij en mijn collega’s zit hem in de totaal verschillende manier waarop zij en ik de wereld zien en beleven; vooral in de hoeveelheid en waarde die ik hecht aan details. Mijn hersenen zien en registreren namelijk alles, altijd. En over wat ik zie en registreer stel ik mezelf voortdurend vragen, die weer leiden tot extra informatie. Vanuit die enorme hoeveelheid informatie bouw ik mijn dynamisch wereldbeeld op . En daarin neem ik dan dus ook alle details mee die de ander niet eens heeft waargenomen of -al dan niet bewust- als irrelevant heeft afgedaan.
 
Door ervaring wijs geworden weet ik dat ‘schaduwbloeiers’ zoals ik, vaak een behoorlijk afwijkend beeld van de wereld en, bijvoorbeeld, van het werk hebben dan “zonnebloeiers” binnen hetzelfde bedrijf. De logische vraag dient zich dan vervolgens aan of de ene manier van denken beter is dan de andere? Is mijn enorm gedetailleerde en alles omvattende (wereld-)beeld méér of minder ‘waar’ is dan dat van mijn collega’s?
 
Op beide vragen is mijn antwoord: ‘Nee!’. Beide vormen van denken zouden eigenlijk, en zeker binnen een bedrijf, complementair aan elkaar moeten zijn. Immers, een te nemen beslissing zal aan waarde winnen als hier meer details in worden meegenomen. Uit eigen ervaring is gebleken dat het daarbij vaak gaat om details die op het eerste gezicht niet direct met het onderwerp te maken (lijken te) hebben, maar achteraf in het proces cruciaal blijken te zijn geweest. Door beide manieren van denken te combineren kunnen veel, vaak kostbare fouten al in een vroeg stadium worden voorkomen.
 
Het feit dat mijn hersenen op een zo andere manier werken is niet iets waar ik trots op ben. Het is simpelweg de manier van denken en naar de wereld kijken die ik bij mijn geboorte heb meegekregen. Mijn manier van informatieverwerking is dus een direct gevolg van ‘wie ik ben’ en niet van ‘hoe ik zou willen zijn’. Op zo’n manier anders te zijn in een wereld waar ‘Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg!’ de overheersende norm is, valt zeker niet mee. Je maakt er bepaald niet meer vrienden door, zeker niet als denkproces en begripsvorming zich ook nog eens dag in dag uit op topsnelheid voltrekt.
 
Mensen als ik, die anders denken dan de rest, zijn er doorgaans niet op uit om de wereld naar onze hand te zetten. Ik ben er nooit op uit om carrière te maken, en al zeker niet te koste van anderen. Het enige wat ik wil is gehoord en serieus genomen te worden. Ik wil gewoon mijn plekje in de zon kunnen claimen, ik wil worden uitgedaagd en datgene doen waarin ik juist zo goed ben. Mijn ambitie bestaat eruit om een zinvolle bijdrage aan de maatschappij te leveren met de gaven die ik heb meegekregen, en daardoor de beste versie van mezelf te worden.

Ja, je kunt ervoor kiezen om ons ‘schaduwbloeiers’ te zien als een bedreiging.
Maar daarmee doe je iedereen tekort. Want vanwege onze andere, aangeboren breinvoorkeur kunnen wij simpelweg niet anders zijn dan onszelf.
Luister eens naar wat ze te zeggen hebben en vraag ze naar het waarom. Want waar andere mensen obstakels zien, zien “schaduwbloeiers” als ik juist een uitdaging, nieuwe mogelijkheden en unieke kansen. En, volgens mij, heeft de maatschappij daar nu meer behoefte aan dan ooit!

Paul Mulder (15-04-2012)